Ouwe tangen

Standard

Henkie zet net met precisie zijn vuilniszakken aan de straat, als ik langsloop. ‘Hé mooie dame’, roept hij. Ik hou mijn pas in. ‘Ja, het is toch zo?’ Hoewel het mij geen voldongen feit lijkt, besluit ik hem niet tegen te spreken.

Henkie ziet eruit als een wijs man. Een volle bos wit piekhaar. Doorleefd gezicht. Twinkelende ogen. ‘Heb je een vriend?’ Nog voor ik antwoord kan geven, praat hij verder. Hij heeft drie tips voor een succesvolle relatie. ‘Zeg elke dag dat je van elkaar houdt. Koop samen een huis. En doe altijd wat je man zegt.’

Wanneer hij mij bij tip drie wat ziet fronsen, legt hij snel uit waarom. ‘Als hij dan een keer iets tegen je zin doet, kun je daar meteen op teruggrijpen. Dat jij ook altijd hebt gedaan wat hij wilde.’ Ik laat het maar even zo. De zon schijnt verzachtend in mijn gezicht en Henkie bedoelt het vast niet verkeerd.

‘Wacht even hoor.’ Hij kijkt zorgvuldig naar links en naar rechts, schuifelt dan op zijn sloffen over het fietspad richting de stoep en puft uit op een muurtje voor zijn huis. Hij wijst naar een vrolijk beschilderd bordje achter het raam waar zijn naam op staat. ‘Ik ben Henkie.’ Uitnodigend steekt hij zijn hand uit.

Toen zijn vrouw een paar jaar geleden overleed, drukten de maatschappelijk werkers die uit het niets verschenen hem op het hart om een leuke vriendin te zoeken. Ze gaven hem het adres van een stoffig buurthuis om de hoek, maar daar zaten volgens Henkie alleen maar ‘chagrijnige ouwe tangen’.

De volgende dag maakte hij met hulp van zijn kleinzoon een e-mailadres aan en meldde zich zelfstandig aan bij een datingsite. ‘Welke? Dat weet ik niet meer. Maar binnen een week had ik een paar duizend nieuwe vriendinnen.’ Het werd Henkie al snel teveel. ‘Niet bij te houden. Ik vond het helemaal niks. De helft wilde alleen maar seks. Nou, daar ging het mij helemaal niet om.’

Diep van binnen komt bij Henkie een vastzittende hoestbui opzetten. Ik maak aanstalten om verder te lopen. Hij heft zijn hand op. Wacht, gebaart hij. Als zijn lijf weer tot rust komt, wijst hij nog een keer naar het bordje. ‘Ik ben dus Henkie en ik woon hier. Als je een keer zin hebt in koffie, dan bel je maar gewoon even aan.’

Ik zeg dat ik dat zal doen. Nu drink ik nooit koffie, maar voor Henkie zou ik een uitzondering maken. Al was het maar om hem even te helpen met het opschonen van zijn inbox.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s